Coda Boekhouders en Fiscalisten anno 2018

Om onze dienstverlening te verruimen, opent Coda Boekhouders een tweede vestiging in Opglabbeek. Vanaf februari 2018 bieden we onze diensten ook aan in ons kantoor gelegen aan de Industrieweg Noord 1192 te Opglabbeek. Informatie hierover vindt u eveneens terug op onze website Coda Boekhouders en Fiscalisten.

Hervorming ondernemings- en vennootschapsrecht

Op de ministerraad van 20 juli 2017 werd het voorontwerp voor de hervorming van het ondernemings- en vennootschapsrecht goedgekeurd. Dit voorontwerp van wet werd op 1 december ook in tweede lezing door de Ministerraad goedgekeurd. De wijzigingen die de tekst inhoudt, zitten er dan ook aan te komen.

Door het vennootschapsrecht te vereenvoudigen, wil de minister het ondernemingsklimaat bevorderen en België aantrekkelijker maken als vestigingsplaats. Zo komt er een grote inperking van het aantal vennootschapsvormen. In plaats van de huidige 17 mogelijkheden, blijven enkel nog de Maatschap, de Besloten Vennootschap, de Naamloze Vennootschap en de Coöperatieve Vennootschap over. Voor het eerst kunnen een nv en een vba (vroegere bvba) uit één persoon bestaan, waardoor de eenpersoons-bvba’s in de praktijk zullen verdwijnen. België wordt bovendien een van de eerste landen in Europa waar vba’s naar de beurs kunnen gaan.

Lagere sociale bijdragen voor startende zelfstandigen

Voorlopig betalen startende zelfstandigen in hoofdberoep, ongeacht hun inkomen, steeds een minimumbijdrage per kwartaal van 664,81 euro. Dit is de bijdrage op een jaarlijks inkomen van 13.296,25 euro. Voor starters met lage inkomsten in de beginfase is dit soms een zware financiële last. De regering wil hieraan tegemoet komen door het invoeren van drie progressieve inkomensdrempels vanaf 01.01.2018. De eerste schijf zou 1/3de bedragen van de minimumbijdrage, de tweede schijf 2/3de en vanaf dan geldt de minimumbijdrage.

Dit geldt enkel voor startende zelfstandigen die op 01.04.2018 één tot maximaal vier kwartalen zelfstandige in hoofdberoep zijn. Daartoe behoren ook de zelfstandigen in bijberoep die zich hebben laten omzetten naar hoofdberoep, alsook de meewerkende echtgenoten.

Je betaalt als starter niet automatisch de lagere bijdragen! De vermindering moet uitdrukkelijk aangevraagd worden bij je sociale kas.

Sociale bijdragen vierde kwartaal: tijdig betalen is de boodschap!

De sociale bijdragen moeten betaald zijn vóór het verstrijken van het betrokken kwartaal; voor het vierde kwartaal dus uiterlijk op 31 december.

In geval van laattijdige betaling is de sociale kas verplicht om verhogingen wegens laattijdige betaling aan te rekenen. De verhogingen worden berekend op het onbetaald gedeelte van de sociale bijdragen:

Snellere uitbetaling aan zelfstandige bij arbeidsongeschiktheid

Zelfstandigen en meewerkende echtgenoten die arbeidsongeschikt worden vanaf 1 januari 2018 zullen al na twee weken in aanmerking kunnen komen voor een ziekte-uitkering. Momenteel hebben zelfstandigen pas recht op een tussenkomst van het RIZIV vanaf de tweede maand van arbeidsongeschiktheid. Om de zelfstandigen beter te beschermen, wordt de periode waarin zij nog geen recht hebben op een ziekte-uitkering nu gehalveerd tot twee weken.

Het dagbedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering blijft hetzelfde.

 

Tijdens de eerste 2 weken

Vanaf de 15e dag

Alleenstaande

0

44,95

Samenwonende

0

34,47

Nieuwe regels rond cashbetalingen

Door een wet van 18 september 2017 werd het verbod op cashbetalingen gewijzigd.

Afschaffing voorschotregeling

Onder de oude regeling werd een opsplitsing gemaakt tussen verkopen lager dan 3.000 euro en verkopen gelijk aan of hoger dan 3.000 euro. Wanneer de totale prijs (incl. btw) lager was dan 3.000 euro, dan mocht het volledige bedrag cash ontvangen worden. Was de totale prijs gelijk aan of hoger dan 3.000 euro, dan mocht u als handelaar maximaal 10 procent van het totale bedrag in cash ontvangen, met een absoluut maximum van 3.000 euro. Die regel wordt nu afgeschaft: ongeacht de omvang van het bedrag, mag steeds maximaal 3.000 euro in cash ontvangen worden.
Bijvoorbeeld: u verkoopt een product voor 4.500 euro? Dan mag u volgens de nieuwe regels maximaal 3.000 euro daarvan in cash geld ontvangen. Onder de oude regels zou dat maximaal 10% of 450 euro geweest zijn.

Uitbreiding toepassingsgebied

Verenigingswerk en occasionele diensten tussen burgers: tot 1.000 euro per maand (max. 6.000 euro per jaar) bijverdienen

Werknemers, zelfstandigen en gepensioneerden kunnen vanaf 1 januari 2018 onder zekere voorwaarden tot 1.000 euro per maand onbelast bijverdienen. Zowel occasionele dienstverlening aan particulieren als verenigingswerk komt hiervoor in aanmerking. De nieuwe maatregel zorgt voor extra ondersteuning van het verenigingsleven en geeft ruimte om meer mensen te belonen.

Voorwaarden

Werknemers die minstens vier vijfde werken, zelfstandigen die bijdragen betalen (zoals) in hoofdberoep en gepensioneerden komen vanaf 1 januari 2018 in aanmerking om tot 1.000 euro per maand en 6.000 euro per jaar onbelast bij te verdienen.
Een elektronische applicatie registreert de activiteiten en bij overschrijding van de drempel van 6.000 euro per jaar zullen alle aangegeven bedragen beschouwd worden als beroepsinkomsten. Bij het overschrijden van de maandgrens, zal het inkomen van die kalendermaand als beroepsinkomen beschouwd worden. Dit inkomen zal wel blijven meetellen om de jaargrens te beoordelen.

Fietsherstellingen en verlaagd BTW-tarief 6%

Volgens de BTW-wetgeving zijn een aantal kleine hersteldiensten onderworpen aan het verlaagd BTW-tarief van 6%. Hieronder valt ook de herstelling van fietsen (met inbegrip van de speed pedelecs)

Het BTW-tarief van 6% is echter alleen van toepassing op de handeling van de herstelling van de fietsen, maar niet op de levering van onderdelen voor deze fietsen.

In het verleden werd voor samengestelde handelingen (herstelling in combinatie met het leveren van onderdelen) de 50%-regel toegepast. Dit hield in dat voor een herstelling waarvoor overwegend werkuren werden aangerekend, het verlaagd BTW-tarief op de totale handelingen werd toegepast. Indien overwegend onderdelen aangerekend werden, was de totale handeling onderworpen aan het normale BTW-tarief van 21%.

Nieuwe regeling vanaf 1 juli 2017:
Aangezien de oude regeling volgens de fiscus in de praktijk moeilijk hanteerbaar en controleerbaar was, is vanaf 1 juli 2017 een nieuwe regeling ingevoerd.

Forfaitaire beroepskosten voor zelfstandigen

Vanaf inkomstenjaar 2018 kunnen ook genieters van “winsten” (handelaars, nijveraars, landbouwers) zich beroepen op een kostenforfait. Het bedraagt 30% met een absoluut maximum van (nog te indexeren) 2.950 euro. Dit forfait kan toegepast worden indien zij hun werkelijke beroepskosten niet bewijzen of indien de werkelijke kosten lager zijn dan het forfait.

Verhoging belastingvrije som voor alleenstaande ouder met laag inkomen

Inwerkingtreding: vanaf aanslagjaar 2018 – inkomstenjaar 2017

Voorwaarden:

  • een laag belastbaar inkomen van max. 18.000 euro                                                
  • een netto beroepsinkomen van minstens 3.200 euro (exclusief werkloosheidsuitkeringen, pensioenen en afzonderlijk belastbare inkomsten)
  • de belastingplichtige mag niet samenwonen met iemand die over netto bestaansmiddelen beschikt van meer dan 3.200 euro (met uitzondering van de kinderen, ascendenten en zijverwanten tot en met de tweede graad van de belastingplichtige, en de personen van wie de belastingplichtige als kind volledig of hoofdzakelijk ten laste is geweest). Aan deze vereiste moet voldaan zijn op 1 januari van het aanslagjaar.

Bedrag verhoging: 1.550 euro voor aanslagjaar 2018

Print-vriendelijke versieStuur naar een vriendPDF versie
Inhoud syndiceren